Al eeuwenlang stelt de mensheid zich vragen over het mysterie van het bewustzijn en de relatie tussen geest en materie. Sommigen hebben antwoorden gezocht in de diepten van de religie, anderen in de abstractie van de filosofie, weer anderen in de steeds verfijndere instrumenten van de wetenschap. Maar er is een idee dat door de eeuwen heen terugkomt en periodiek met hernieuwde kracht lijkt op te duiken: de mogelijkheid dat het bewustzijn, of in ieder geval een primitieve vorm van ervaring, een fundamentele en alomtegenwoordige eigenschap van het universum is. Dit oeroude idee komt krachtig terug in het debat dat momenteel wordt gevoerd door neurowetenschappers en filosofen van het bewustzijn. Dit debat, dat is ontstaan in het kielzog van de nieuwe kwantumfysica, heeft zich met een zodanige kracht ontwikkeld dat het ook de aandacht van het grote publiek heeft getrokken.
Het spinozistische concept "Deus sive Natura" is een van de krachtigste en meest radicale formuleringen van deze visie: alles wat bestaat is een uitdrukking van één enkele goddelijke-natuurlijke substantie, en wat wij "geest" of "bewustzijn" noemen is geen zeldzaam toeval, maar de structuur zelf van het zijn. In dit perspectief zijn de sterrenhemel, de hartslag van een cel, de beweging van subatomaire deeltjes en de intuïtie van een dichter geen afzonderlijke verschijnselen, maar manifestaties van een vitaal en bewust continuüm.
Dit boek neemt ons mee op een reis van het archaïsche denken naar het hedendaagse wetenschappelijke debat, langs het denken van oude filosofen, middeleeuwse mystici, moderne idealisten en theoretici van de kwantumgeest. Het doel is om het denken van Spino